Utrecht aan Zee

Lijnen van Verbeelding

In Lijnen van Verbeelding gaan we in op de bedrieglijke eenvoud van het werk van Dick Bruna die met zijn strakke en toch zachte lijnen kinderen van alle leeftijden over de hele wereld weet te raken.



De stad Utrecht heeft in de twintigste eeuw twee wereldberoemde kunstenaars voortgebracht die bekend staan om hun heldere kleuren en gestileerde vormen: Gerrit Rietveld en Dick Bruna. Beiden hebben ook een voor iedereen toegankelijk huis: het door Rietveld ontworpen  Rietveld-Schröderhuis, en sinds 2006 ook een Dick Brunahuis als onderdeel van het Centraal Museum.

 

Eigenlijk moest hij zijn vader opvolgen in de uitgeverij, maar Bruna droomde meer van een loopbaan als kunstenaar. Hij maakte begin jaren ’50 in Parijs kennis met werk van mensen als Matisse, en met de wereld van het chanson en de moderne film. Ze zouden hem blijvend inspireren. Vanaf de jaren ’40 ontwierp hij zo’n tweeduizend boekomslagen, waarvan die voor de Zwarte Beertjesserie (detectives) de bekendste zijn. De klare lijn, de tot de aller-noodzakelijkste teruggebrachte vormen en het bekende beertje kenmerken de omslagen. Ook ontwierp hij affiches ter promotie van de pockets en het lezen: ‘Lekker lui liggen lezen (met een Zwart Beertje)’.

 

In 1955 werd Nijntje Pluis geconcipieerd, het konijntje met het aandoenlijke hoofdje dat Bruna wereldwijd bekendheid zou brengen. Inmiddels zijn al generaties kinderen met het witte konijn, Boris Beer en Betje Big opgegroeid. Vooral in Japan is Nijntje (‘Miffy’ buiten Nederland) mateloos populair – de site van het Dick Brunahuis heeft daarom naast de Nederlandse en Engelse versie ook een Japanse. De Nijntjeboekjes gaan over gebeurtenissen uit de leefwereld van jonge kinderen: een dagje naar het strand of de dierentuin, een verjaarspartijtje, een bezoekje aan oma en opa, een nieuwe baby. Het belangrijkste boekje over een verdrietige belevenis is Lieve oma Pluis, waarin oma is doodgegaan en begraven wordt. Over Nijntje uit de boekjes kan een kind fantaseren: hoe ze praat, hoe ze beweegt. Die fantasie is inmiddels tot leven gekomen in een aantal musicals over Nijntje op muziek van Joop Stokkermans.

 

Bruna typeert zijn werk als eenvoudig. Hij probeert zijn tekeningen en daarbij zijn verhalen zo simpel mogelijk te houden. Bruna vindt dat je als tekenaar de beleving van je publiek niet moet vastleggen. Kunst dient slechts een sfeer te omschrijven. Hoe simpeler een verhaal is, hoe meer dit verhaal past in de beleving van een lezer. Bruna laat ruimte over voor de eigen invulling van de  lezer. Dit vindt hij vooral bij zijn kinderboeken belangrijk. Zo wordt hun fantasie en creativiteit gestimuleerd.

 

Van de opbrengst van zijn werk en de eruit voortkomende ‘merchandising’ zou Dick Bruna al lang stil kunnen leven, maar hij tekent en schrijft nog dagelijks. Behalve kinderboekjes maakt hij ook ander grafisch werk, vaak ten behoeve van maatschappelijke doelen die (mede) op kinderen gericht zijn. Zo illustreerde hij een boekje over couveusekinderen, maakte hij kaarten voor het Aidsfonds, tekende hij het logo voor het Utrechtse Ronald McDonaldhuis en ontwierp hij kinderpostzegels. Duidelijk mag zijn dat Bruna nog steeds van grote invloed is op kinderen over de hele wereld. Met zijn strakke, doch zachte lijnen heeft hij zijn bijdrage geleverd aan de beeldende kunst van vandaag. Echter, Dick Bruna noemt zich geen kunstenaar. ‘Ik maak kinderboekjes,’ zegt hij zelf.

 

In de film zien we hem aan ’t werk en hij leest voor aan kinderen in Engeland. Ook kijken we naar kunstwerken die hem inspireerden, zodat we een beeld krijgen van zijn ontwikkeling als kunstenaar. We stellen het beeld dat Bruna zelf heeft als eenvoudige tekenaar ter discussie.




<< Terug